“Ik vind je stom”

Zenuwachtig belde ik aan bij het huis met de mooie ramen. “Hallo”, hoorde ik een heel klein stemmetje zeggen door de openstaande klep van de brievenbus. Ik hurkte en fluisterde “hoi” terug.

Al gauw deed moeder de deur open en stapte ik het huis binnen. De mooie ramen die ik buiten al opmerkte, lieten alle zonnestralen van die dag toe en hadden het huis zodanig opgewarmd dat ik het benauwd kreeg. “Het is best warm voor de tijd van het jaar”, antwoordde de moeder, “doe je jas maar snel uit en ik breng je meteen iets te drinken.”

Het kindje van 7 verstopte zich voor mij op het toilet en wilde maar niet tevoorschijn komen. “Is uw kind verlegen?”, vroeg ik aan de zeer lieve en vriendelijke moeder. “Nee. Mijn kind heeft geen zin en wil liever spelen in de speelkamer”, kreeg ik als antwoord te horen. De moeder glimlachte vriendelijk, maar riep ongeduldig de naam van haar kind terwijl ze met haar vinger tikte tegen het glas water dat zij in haar hand had. Treuzelende voetstappen kwamen ten gehore wanneer de moeder voor de derde keer de naam van haar kind riep. “Hallo, daar ben je dan eindelijk!”, riep ik. “Ja. Ik ben hier en jij bent hier”, kreeg ik te horen.

Na het kennismaken en het glas water liepen de jonge leerling en ik naar een stille ruimte om te beginnen aan de bijles. Terwijl we plaatsnamen aan de tafel vroeg ik stom genoeg aan mijn nieuwste leerling: “Waar wil je als eerst mee beginnen?”. “Verstoppertje spelen!”, kreeg ik te horen. “Nee, dat kan niet. We kunnen wel beginnen met een leuk dictee!”, riep ik iets te enthousiast waardoor mijn leerling tranen in de ogen kreeg van afgunst. “Ik vind je stom!”, riep het kind uit. Uit ervaring wist ik dat jonge kinderen dit vaak riepen als ik iets meedeelde, dus trok ik me hier niets van aan. “Ik vind je stom, stom stom!”.

Op de hoek van de tafel lag een stapel boeken. Een van die boeken had mijn aandacht en ik begon erin te lezen. De stilte in de kamer verdween toen ik hardop begon te lezen. Expres sprak ik woorden verkeerd uit waardoor het kind begon te lachen. “Dat doe je niet goe-hoed!”, hoorde ik. Enkele gekrenkte gevoelens later gaf ik het boekje aan mijn leerling en zei : “Kan jij het beter lezen dan ik, vast niet hè?”. De verveelde blik op het gezicht van mijn leerling verdween. “Ja, ik kan beter lezen!”, zei het kind. “Wedstrijdje doen?”, vroeg ik.

Bijles geven aan jonge leerlingen vergt een totaal andere aanpak; wat op het eerste ogenblik eng lijkt, verandert al gauw in iets waardevols. De leerling kijkt naar je op, luistert (uiteindelijk) aandachtig naar alles wat jij te zeggen hebt en pikt zaken snel op – de extra aandacht die ze op school hebben gemist, krijgen ze weer dankzij jou.

Oordeel van onze klanten
[Gemiddeld: 0]